In het najaar van 1942 wordt het stil in het huis aan de Bossche Koninginnelaan. Op zolder klinkt geen muziek meer en er wordt niet langer gedanst en gelachen. Roosje Glaser en haar ouders worden via de kampen Westerbork en Vught afgevoerd. Roosjes ouders, Falk Jonas Glaser en Jozina Glaser-Philips, worden op 2 april 1943 in Sobibor vermoord. Roosje overleeft uiteindelijk zeven concentratiekampen, waaronder Auschwitz, Ravensbrück en Bergen-Belsen.
Zij probeert zich staande te houden in de onmenselijke situatie waarin zij zich bevindt en zoveel mogelijk eigen keuzes te blijven maken. Ook in Auschwitz blijft Roosje dansen. 's Avonds geeft ze er dansles aan de SS. Paul Glaser schreef hier het boek Dansen met de vijand over, met daarin dagboekfragmenten van zijn tante Roosje:
"Ik moet dansen op de muziek van de grammofoon. Ik overleg even welke plaat opgezet zal worden. Kurt heft zijn hand. Het wordt stil en ik introduceer mezelf en vertel welke dans ik ga doen. Het is een mazurka. Eerst langzaam en dan sneller. Zo dans ik nog drie dansen en na een halfuur is het genoeg. Niemand klapt. Dat doe je niet voor gevangenen. [...]
Daarna moet ik vaker komen. Bijna iedere avond dans ik, zing Duitse cabaretliedjes en speel piano. Na afloop krijg ik als beloning extra voeding, meestal een heel brood, net als de eerste keer. [...]
Op een avond dat ik weer dans, neem ik na afloop het woord en stel de aanwezigen voor om hun de nieuwste dansen uit Duitsland te leren. Zo begin ik aan een nieuw klasje dansles te geven. [...] Bij de danslessen komt ook de etiquette aan de orde. Hoe vraagt een heer een dame? En wat is fout? Geen hand op de billen van je danspartner leggen zoals sommigen direct doen. Bij het vragen licht buigen met rechte rug en vrouwen na afloop een knicks. Van een afstand gezien is het bizar: ik leer SS’ers etiquette in Auschwitz."
Zweden
In 1945 komt Roosje dankzij een gevangenenruil van het Zweedse Rode Kruis vrij. Ze wordt opgevangen in een vluchtelingencentrum in Zweden. Bij aankomst weegt ze nog maar 35 kilo, maar ze herstelt snel. In de vluchtelingenopvang danst Roosje Glaser voor het eerst weer in vrijheid. Ze organiseert er cabaret, schrijft liedjes en ze danst. In haar dagboek schrijft ze hierover:
"Als de eerste zachte noten van een wals van Chopin klinken begin ik te dansen, geconcentreerd kijk ik met een glimlach naar het publiek. Met enkele vrouwen heb ik even oogcontact. De muziek versnelt, de dans wordt zwieriger. Ook al dans ik van jongs af aan, geef ik er les in en werden mijn dansen in het bioscoopjournaal vertoond, dansen is voor mij nooit routine. Iedere keer is het nieuw."